De Butler: Proloog

De komende tijd zal er op SC Speaks een heus verhaal verschijnen.”De Butler” zal in verschillende delen gepubliceerd worden, omdat dit een hobbyproject is zal dit niet op een vast tijdstip gebeuren. Vandaag het eerste deel: Proloog

Mensen vragen aan mij wel eens: “Wie is de vreemdste of raarste opdrachtgever voor wie je hebt gewerkt?” Ik kan u één ding garanderen, dat kan ik niet zeggen. Misschien is het de menselijke drang om te vragen wat voor soort iemand hij of zij is, maar dat betekent niet dat het echt zo is.

Voordat ik verder ga met praten over mensen en persoonlijkheden, vertel ik eerst even wie ik ben. Ik ben een butler, die voor meerdere klanten heeft gewerkt, maar nooit te lang op één plaats is gebleven. Meestal kwam het door het overlijden van mijn opdrachtgever of omdat diegene geen geld meer had om me te betalen. Daardoor zit ik nu weer in de trein op weg naar mijn volgende opdrachtgever, terwijl de wijduitgestrekte velden met koolzaad langs me heen razen. De zon schijnt er in de verte erover heen en speelde prachtig met de kleine nuances in het geel.

Maar goed, mensen zijn net het weer, niemand houdt ervan als het niet voorspeld is, dus stoppen we alles in hokjes. Als ik nou een voorbeeld op  zou moeten noemen, dan ben ik blij dat er net een jongen is ingestapt. Deze jongen, zwart gekleed, lederen jas, headbangend met koptelefoon op, is een prima voorbeeld. Een ander voorbeeld, naast wie hij is gaan zitten, is de vrouw voor mij met haar baby op schoot. Deze is vervelend en ik bedoel daarmee de baby, die de hele coupé humeurig maakt, door luidkeels te huilen.

“Kan dat kreng van jouw niet stoppen met janken?”, snauwt de oudere dame naast me. De vrouw kijkt bedroefd, want zij heeft al van alles geprobeerd, voordat de oudere dame naast me kwam zitten. Ik gok dat de dame zelf ook een kind heeft en dus weet hoe moeilijk het af en toe is om je kind stil te houden, het zijn namelijk geen elektronisch poppen waar je de batterij van uit kan halen. De headbangende rotjongen van daarnet kijkt op en beweegt met zijn hand naar zijn draadloze koptelefoon, waarschijnlijk om het geluid harder zetten, zodat hij het gejank niet kan horen. In plaats daarvan, drukt hij op een knop, doet hij zijn koptelefoon af en plaats het op het hoofd van de baby, die onmiddellijk stopt met huilen. De vrouw kijkt hem dankbaar aan, waarop de jongen uitlegt dat haar baby misschien niet van herrie en veel geluid houdt. De dame naast me is nog niet klaar met zeuren en zegt venijnig dat hij het eerst wel had mogen vragen voordat hij zijn koptelefoon over het hoofd had gezet.

“Ik had jouw ook niet gevraagd om commentaar te geven. Toch doet u het.”, zei de vrouw met een geïrriteerde blik.

“U weet waarschijnlijk ook wel hoe het is om een kind stil te krijgen.”

De dame keert haar hoofd weg van afkeer en bleef eigenwijs zo zitten. De trein mindert vaart, waarna de vrouw met baby opstaat, de koptelefoon teruggeeft en hem gedag zegt. Ik had niet verwacht dat dat deze twee á drie voorbeelden, verrassend uit zou pakken. Zo zie je, het gaat niet altijd zoals je denkt en voor mij hoop ik dat het niet zo is wat ik denk. Als ik nu moet zeggen wat voor persoon mijn nieuwe werkgever is, dan kom ik op heel vreemd beeld. Een van de dingen die ik moest doen om aangenomen te worden, was het opsturen van een reageerbuisje bloed. Dat vond ik raar, maar ze garandeerde mij dat het alleen wordt gebruikt om het te testen. Waarom zou ze überhaupt mijn eigen bloed willen laten testen, geen idee, maar ik had geld nodig en een nieuwe werkgever, dus ik heb het opgestuurd en ben gelukkig aangenomen.

Een ander vreemd procedure voor het aangenomen worden, was de vraag naar mijn levensbeschouwing, de vraag welk geloof ik aanhing. Dit bevestigt het beeld wat ik liever niet van haar heb. Ik heb overigens atheïst ingevuld. God als schepper werd in mijn jeugd niet aangepraat en ik werd ongelovig opgevoed. Boeken waren voor mij een bron voor geloof, misschien de televisie ook. Ik werd in het dorp met voorzichtigheid behandeld omdat ik niet per se in God geloof, maar wel in paranormaliteit. “Daar kan je toch niet in geloven, dat is toch lariekoek?”, werd er altijd gezegd. Ik had daar altijd een reactie op paraat, dat God ook paranormaal was en dat ze daardoor zelf zeggen dat God niet bestaat. Als mijn vader en moeder hulp nodig hadden, moesten ze het zelf doen, want het dorp schoot ons niet bij om onze ongelovige achtergrond. Ik ben daardoor wel heel zelfstandig geworden, mijn ouders moesten dagen werken om rond te komen.

De trein stopt weer, ditmaal op het eindperron en tevens mijn bestemming. Ik stap uit met de koffer in mijn hand, een koffer met een portemonnee, kleren, tandenborstel en tandpasta, een kam en een notitieblok. Dat laatste lijkt overbodig, maar is cruciaal als je je baan wilt houden in deze branche. Als je de wensen en instructies van je opdrachtgever vergeet, dan kun je fluiten naar een voltijdbaan. Sommige klanten zijn zeer stipt op tijd, zoals Phileas Fogg uit het boek, de wereld rond in tachtig dagen, die een butler ontsloeg omdat het bad water 0,2° te heet was. Sommige klanten hebben wel hele strikte eisen en het is de kunst om je daaraan te houden.

Ik steek mijn hand op om een taxi te bestellen en wordt al gauw door een chauffeur opgemerkt. Hij gebaart vriendelijk naar mij dat ik in kan stappen. Nadat ik mij op de achterbank genesteld heb, vraagt hij vriendelijk waar hij mij naartoe mag brengen.

“Dancus Maison, het liefst voor de deur, geld speelt geen rol.”, zeg ik vriendelijk, waarna hij de auto in de versnelling zet en stil weg rijdt. De eerste minuten heerste er een ijzige stilte in de taxi, had dit met mijn adres te maken of was hij altijd zo? Na paar minuten weet ik dat het de eerste mogelijkheid was.

“Ben je wel zeker van je zaak?”, vraagt de chauffeur. Ik kijk hem verbaasd aan, wat probeert hij te bereiken?

“Ja, ik zocht werk als butler en ben bij hun aangenomen, is er dan wat ik niet weet?”, reageer ik, mijn reactie klinkt vragend. Hij knikt, waardoor bij het gevoel opkomt dat hier iets mis is.

“Het is bij die familie niet pluis, er gaan geruchten rond dat daar duistere krachten werken.”, zei hij met een serieuze stem.

“Ik zet je voor bij hun huis af, maar het geld mag je houden, ik wil daar zo kort mogelijk staan. Als je iets vergeten bent in mijn taxi, dan ben je de pineut, ik kom niet vrijwillig terug. Ik ben bloedserieus”

Weer werd het stil, ikzelf was sprakeloos, hij was serieus. Het idee komt bij mij op, dat zijn laatste zin als woordgrap bedoeld is, zou het afgegeven bloed daarvoor zijn? Ik moet er niet aan denken en probeer aan iets rooskleurigs te denken. Dat lukt aardig, totdat hij de taxi afremt en hem stilzet.

“Veel succes, dat zal je nodig hebben.”, wenst hij me toe. Ik stap uit en de taxi rijdt weg, ik sta licht trillend op mijn benen. Het huis of eerder gezegd villa, heeft een tuin die er goed bij ligt en goed onderhouden is. Schijnbaar vindt iemand het wel fijn om bij hen te komen werken. Ik doe het tuinhek open om hem daarna weer te sluiten, met een bonkend hart loop ik naar de voordeur, waarna ik op deur klop, omdat ik geen bel kan vinden.

De deur gaat open en de adrenaline giert door mijn lijf, direct stopt de productie daarvan ook meteen. Een dame van vijfendertig jaar staat voor mij en eerlijk gezegd, ziet ze er normaal uit.

“U bent onze nieuwe butler?”, vroeg ze vriendelijk. Ik kon haar van dichterbij bekijken en realiseerde me dat ze aardig was en geen kwade bedoelingen had.

“Ja”, reageerde ik, “mag ik binnen komen.”

Ze knikte en bewoog haar hand naar mij toe, ik werd zenuwachtig, wat gaat ze doen?

“Cyra Amnesas is mijn naam, aangenaam kennis te maken.”

Ik schud haar de hand, nadat ik mij heb voorgesteld,  nodigt ze me uit om ons naar de woonkamer te begeven. Daar aangekomen, zie ik dat er slechts één lamp aan staat, het licht is vaag, maar sterk genoeg om een boek te kunnen lezen.

“Zullen we het eerst over de werkzaamheden hebben?”, vraagt ze aan mij.

“Graag.”, was mijn korte antwoord, ik kon helaas niet veel meer bedenken om te zeggen.

“Het is niet veeleisend, jij verzorgt een ontbijt met eieren voor 8 personen en je houdt het huis schoon. Heb je verder nog vragen, anders gaan we door met tekenen van je contract, je kunt je nu nog bedenken.” Waarom zou ik me nog bedenken? Ik heb werk nodig en om eerlijk te zijn, het bevalt me hier wel. Die geruchten zijn vast niet waar.

“Ik heb geen vragen, kan ik dan het contract tekenen?”, ze zegt niets, maar ze loopt naar een kast, waar ze een document uit haalt. Ze legt het contract voor me neer en zet een potje met inkt ernaast.

“Mag ik hem eerst even doorlezen, je weet nooit wat erin staat.”, vraag ik aan haar.

“Lees het gerust, je kunt er beter te veel dan te weinig tijd aan besteden.”

Ik pak het contract en lees hem door. Er zijn geen kleine lettertjes, dus dat is fijn. Verder is er niets vreemds te lezen, alhoewel, er staat een voorwaarde dat er buiten het huis niet over privézaken van de klant gepraat mag worden. Het is toch vanzelf sprekend dat je niet over privézaken praat?

Maar goed, het contract is prima en ik pak de balpen die in het potje inkt staat. Wanneer ik hem eruit haal, merk ik op dat de inkt niet zwart of blauw is, maar rood. Is dit mijn bloed, zijn de verhalen rond dit huis toch waar? Is dit zo’n horrorfilm, waarin je jouw eigen doodvonnis tekent? Nee, dat zou onlogisch zijn, zij hebben mij nodig en ik hen.

Ik zet mijn handtekening onder het contract en overhandig het haar. Ze kijkt mij vriendelijk aan en bergt het contract weer op in de kast.

“Zal ik je naar jouw kamer leiden, dan weet je ook waar je slaapt.”, stelt zij voor. Ik stem er mee in, want ik weet de weg hier niet in het huis. Ik heb overigens wel een vraag:

“Waarom zijn er zo weinig lampen aan?”

“Ik kan niet meteen slapen als het constant licht is geweest, ik mis dan de overgang tussen dag en nacht. Ik weet precies hoe ik ’s nachts moet lopen, dus dan hoef ik geen lampen meer aan.”

We komen aan bij een deur, zij draait aan de deurknop, waarachter een kamer tevoorschijn kwam. De kamer is praktisch ingericht en is behoorlijk groot, er staat een bed met een nachtkastje, een spoelbak, een grote eiken kast en een bureau van hetzelfde hout.

“Is half 7 vroeg voor jou om op te staan?”, vraagt zij.

“Nee hoor, het is niet zo erg als half 5.”

“Dan is het goed, ik zie je morgen dan om half 7, je hebt ook een wekker tot je beschikking.” Ik leg mijn koffer op het nachtkast en haal meteen mijn eigen wekker eruit.

“Zoals je ziet, ik heb er zelf een.”

“Dat is goed, slaap lekker en tot morgenochtend dan.”

Ze verlaat de kamer, ik doe de deur dicht en kleed me om. Nadat ik mijn tanden heb gepoetst, stap ik met vol verwachting voor morgen in bed. Ik hoop dat ik geen nachtmerries krijg door die onzin van die taxichauffeur, maar goed, dat zie ik morgenochtend wel.

Dit verhaal is fictief en verwijzingen aan personen of gebeurtenissen berusten enkel op toeval.

Geef een reactie